Glass LiquidZilla Wines

De niet te stuiten opmars van Nederlandse wijn

De wijnen van Nederlandse bodem lijken in niets meer op het bocht dat in de jaren 70 en 80 uit een fles kwam. Sommelier Max van Bockel koos vijf wijnmakers die een nadere kennismaking meer dan waard zijn.

‘Geweldig, weelderig en sappig’: in zijn nieuwste nummer geeft het vakblad Perswijn de Gris 2018 van Wijnhoeve De Kleine Schorre uit Zeeland vijf sterren. ‘Bloemen met een fijne lengte’, jubelt de recensent. En het is bepaald niet de enige wijn van vaderlandse bodem die de hoogste beoordeling krijgt. De tijd van blaartrekkend zuur, zoals in de jaren 70 en 80 geschonken, ligt achter ons. Natuurlijk zal een experimenterende hobbyist nog weleens een bedenkelijk glas inschenken, maar de 139 professionele wijngaarden die staan ingeschreven bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland maken allemaal volwassen producten.

Dat beaamt sommelier Max van Bockel (24) van museumrestaurant Rijks in Amsterdam. Van de 77 wijnen op de kaart schenkt hij er 26 van Nederlandse bodem. ,,Wij werken graag met de mooiste producten uit eigen land en dat kan prima: de Nederlandse wijn is best goed.’’
De inhaalslag die begin deze eeuw werd gemaakt, is aan een aantal ontwikkelingen te danken. De komst van nieuwe druivenrassen naar ons land is er een van – cabernet cortis, solaris of souvignier gris. En dan zijn er ook talentvolle wijngoeroes, onder wie Stan Beurskens van St. Martinus in Zuid-Limburg, die anderen helpen vooruit te komen.
De technologie heeft voor een kwaliteitssprong gezorgd en ook de drive van wijnboeren om te vernieuwen, beter in hun vak te worden en tegelijkertijd duurzaam te werken, kan volgens Van Bockel alleen maar positief opvallen. Zo zet St. Martinus nu drones en robots in om boven de wijngaard data te verzamelen. En wijngaard De Frysling laat bejaarde schapen het onkruid wegknagen, zonder schade te veroorzaken aan de stokken.
,Als ik Nederlandse witte wijnen vergelijk met bijvoorbeeld Duitse rieslings, vind ik de Nederlandse net wat toegankelijker, plezieriger en frisser’’, zegt Van Bockel. ,,Er is ook een kleine productie rood, frisse stijl. Heel goede, mooie mousserende wijnen kunnen zich prima meten met verschillende champagnes. Liefhebbers en verschillende restaurateurs mogen wat meer open-minded zijn en ze proberen. Vaak is die wereld van kenners nogal klassiek gedreven en richten zij zich op traditioneel Frans: bourgognes en bordeauxs.’’
Tegen de bulkprijzen van wijnen uit Frankrijk of Zuid-Afrika kunnen de Nederlandse wijnboeren voorlopig niet op: de grondprijzen en de arbeidskosten zijn relatief hoog in Nederland. Maar zoals sommelier Van Bockel zegt: ,,Kijk wat verder dan alleen de prijs en zie de wijn ook als een creatieve uitspatting, als een mooi lokaal product.’’

De noordelijkste: ‘Eerst vorst, toen schimmel’

Jantiene Broersma (58) en echtgenoot Douwe Broersma (58), Wijngaard De Frysling in Twijzel, 1,5 hectare.

Jantiene: ,,In het derde jaar dat de wijngaard was aangeplant, dat was in 2009, voelden we: nu begint ons nieuwe avontuur echt. Het was voorjaar, de stokken liepen mooi uit en we kregen het vak meer en meer in de vingers. Daar hebben we moeite voor moeten doen: voordat we ons leven omgooiden hadden we een transportbedrijf. En toen vroor de helft van de stokken af. We waren zo teleurgesteld. Zeker toen we kort daarop ook nog een schimmel ontdekten die in veel planten woekerde. Weg was onze jarenlange investering, weg was de verwachte opbrengst.

Wijngaard De Frysling in Twijzel. Bron Jean-Pierre Jans

Ik denk dat veel mensen in onze situatie er de brui aan hadden gegeven, maar wij werden vasthoudender. We zeiden tegen elkaar dat dit kennelijk moest gebeuren voordat het iets mocht worden en we hebben tweeduizend nieuwe stokken neergezet. Met resultaat: in 2018 produceerden we tienduizend flessen, een geweldig jaar. Verschillende witte en roséwijnen, prosecco en als specialiteit onze mousserende Brûswyn, waar steeds meer vraag naar komt. We hebben een mooie groep vrijwilligers om ons heen op wie we een beroep kunnen doen. Onze dochter Elvira helpt met marketing en social media. We genieten volop van dit succes, het was onze droom.
In mijn achterhoofd speelt de vraag: hoe houden we dit vol de komende jaren? Je eigen wijngaard lijkt idyllisch, maar als anderen zomers in de zon zitten, ben ik bezig tot het donker wordt. Wij zijn achter in de vijftig, lichamelijk gaan we op een gegeven moment achteruit. Ik denk niet pas na over de toekomst als er al iets is gebeurd. Daarom kijk ik met een half oog naar iemand met wie we kunnen samenwerken. Als we dat voor elkaar hebben, kunnen we nog lang genieten.’’

De kleinste: ‘We doen alles met de hand’

Sijmen Brandsma (65) en echtgenoot Sissie Haijtema (67), biologische tuinderij Land en Boschzigt in ’s-Graveland, 0,8 hectare.

Tuinderij Land en Boschzigt in ‘s-Gravenland. Bron Jean-Pierre Jans

Sijmen: ,,Als ik mijn eigen wijn drink, ruik ik nog de perziken en ananassen die in een ver verleden in onze wijngaard zijn geteeld. Heerlijk. Mijn vrouw en ik hebben onze biologisch-dynamische tuin sinds 1978. Van alles kun je er vinden: bloemen, bosuitjes, prei, paksoi, pompoenen en winterpostelein. We zijn liefhebbers. Het was ons dan ook een doorn in het oog dat de historische moestuin aan de overkant van de weg er al jaren compleet verwilderd bij lag. Vol met brandnetels en berenklauwen. Zonde. Zeker omdat het grond met een verhaal is: in de Gouden Eeuw werd er geel fruit, onder meer abrikozen, geteeld voor de notabelen uit Amsterdam die er hun buitenhuis hadden. Er is zelfs een ananasbak en een traditionele slangenmuur, een slingerende bakstenen muur waar het fruit in de bochten beschut staat.

Na ongelooflijk lang lobbyen bij Natuurmonumenten kregen we vijftien jaar geleden toestemming de grond te bewerken. Ik was altijd al geïnteresseerd in wijn, maar vond de Nederlandse varianten eerlijk gezegd vaak niet te drinken. Door de komst van nieuwe druivenrassen, in combinatie met de beschikbaarheid van de moestuin, dacht ik: ik wil het zelf proberen. Ik heb cursussen gevolgd en rondgekeken bij anderen en toen hebben we onder meer solaris en souvignier gris neergezet. We doen alles met de hand. Wijnman Stan Beurskens van St. Martinus komt regelmatig langs om te adviseren over snoeien, onderhoud en oogsten.
Nu produceren we zo’n drieduizend flessen wit per jaar. Kwaliteitswijn die we aan huis verkopen en die onder meer bij restaurant Rijks wordt geschonken. Ik ben er trots op. De grootste winst van ons avontuur is dat de moestuin weer een functie heeft. Mensen kunnen er rondkijken en genieten. Dat bezorgt mij het meeste plezier.’’

De grootste: ‘Je kunt non-stop werken’

Nienke Beurskens (45) en echtgenoot Stan Beurskens (42), Wijndomein St. Martinus in Vijlen, 28 hectare.

Wijndomein St. Martinus. Bron Jean-Pierre Jans

Nienke: ,,We maken achttien verschillende wijnen, zowel rood, wit als mousserend. We produceren tussen de 100.000 en 120.000 flessen per jaar. Daarmee zijn we de grootste in Nederland. Stan maakt soms weken van tachtig uur, het is zijn lust en zijn leven. Ik kies nu bewust voor onze twee jonge kinderen. Ik werk drieënhalve dag aan marketing en sales, de andere dagen zeg ik nee tegen werkgerelateerde bezigheden. Ja, ’s avonds als de kinderen in bed liggen kan ik nog wat doen, maar in een bedrijf als het onze kun je non-stop bezig zijn. Wat helpt is dat we twee dagen oppas aan huis hebben.
Naast zijn lange werkweken voor St. Martinus adviseert Stan ook nog zo’n zestig wijngaarden in Nederland en België. Zo heb ik hem ook leren kennen: mijn familie heeft een wijngaard bij Heerhugowaard in Noord-Holland. Ik was dus al bekend met het vak en met wijn uit eigen land.

Er werken steeds meer vrouwen in de Nederlandse wijnwereld: bij ons zijn dat negen van de dertig medewerkers. Ik vind het een fijne match: wijn maken is niet alleen voor mannen weggelegd en op de werkvloer zorgen de dames voor wat meer evenwicht in de ploeg en een relaxtere benadering.’’

De meeste zonuren: ‘Ik kon geen spruitjesboer worden’

Johan van de Velde (36) en zijn partner Paula de Vijver (29), Wijnhoeve De Kleine Schorre in Dreischor, 10 hectare.

Johan: ,,Mijn ambitie is niet de grootste te worden, maar de bekendste, de beste. Ik wil dat mensen weten dat onze wijn fantastisch combineert met een lekkere pan mosselen, oesters of kreeft. Dat ze niet gedachteloos dat chardonnaytje uit het schap trekken, maar eens kiezen voor een fles die met iets meer liefde en duurzaamheid is gemaakt.
Mijn ouders waren spruitjesboeren. Ik wilde ze opvolgen, maar aan het einde van de rit bleef er financieel te weinig over. Ik moest wat anders en heb het idee van een wijngaard onderzocht. Ik heb een paar jaar in de Moezelstreek gewerkt en kreeg bij wijngoed Cep d’Or in Luxemburg de druiventeelt en het wijn maken in de vingers. Dat bedrijf is achttien jaar oud, en tot op de dag van vandaag rijd ik geregeld naar het zuiden om een cursus te doen. Ik vind het fijn met anderen te sparren.

Wijnhoeve De Kleine Schorre in Dreischor. Bron Jean-Pierre Jans

Op dit moment werk ik zeker zestig uur per week. Ik sta tussen de stokken, maak wijn, hoor het gesis van het gisten in de kelder. Ik probeer zo natuurlijk mogelijk te werken, maar helemaal zonder sproeien in de wijngaard lukt niet. Helaas. Ik moet ervan leven, de productie ligt tussen de 70.000 en 80.000 flessen. De middelen die ik gebruik, op basis van sporenelementen, vind je niet terug in de wijn.
Wij zitten op een oude rivierbedding. Dat betekent: de meeste zonuren van het land, weinig neerslag en een bodem vol schelpenlagen en kalk. Dat geeft frisse, strakke witte wijnen. Ook onze mousserende Brut de Zélande smaakt wat frisser dan champagne. Nederlandse wijnen kunnen steeds meer mee met de Europese top en daar ben ik trots op.’’

De sociaalste: ‘Moeten we andere rassen?’

Adam Dijkstra (35) en zakenpartner Berry Emmen (64), Wijnhoeve De Colonjes in Groesbeek, 13 hectare.

Adam: ,,Zeven jaar geleden zakte de moed me in de schoenen: vogels hadden de halve oogst opgegeten. Ik had woedend kunnen worden, allerlei flessen wijn kunnen leegdrinken óf ik kon met de kop schudden en doorgaan. Dat laatste heb ik gedaan. Want het is in mijn vak ook simpel: alles groeit op een gegeven moment weer door.
Ik was 18 en studeerde elektronica en technische informatica. Diep vanbinnen besefte ik: dat is niets voor mij. Na een bezoek met mijn ouders aan de Elzas wist ik het zeker. Toen ik daar door de druivenvelden wandelde, werd ik overvallen door een intens gevoel van gelukzaligheid. De vrijheid, het buiten zijn, dat wroeten in de aarde.

Wijnhoeve De Colonjes in Groesbeek. Bron Jean-Pierre Jans

Ik heb vervolgens alle wijnopleidingen gevolgd en stond op het punt om naar Stellenbosch in Zuid-Afrika af te reizen, toen Freek Verhoeven van Colonjes me polste of ik de zaak op termijn wilde overnemen – Freek is helaas vorig jaar overleden. Nu werk ik hier alweer tien jaar. Als een van de weinige ‘Nederlanders’ liggen we in de supermarkt, bij Jumbo.
We maken rood, wit en mousserend en produceren rond de 50.000 flessen per jaar. Het is veel handwerk, veel geschoffel tussen de stokken. Dagelijks ben ik met vijftien tot dertig mensen bezig. Veel van hen werken vanuit een zorgtraject. Ik zie ze graag komen, en ik wil ook dat ze wat hebben geleerd als ze vertrekken.
Mijn vrouw werkt in een ander bedrijf. Haar vader heeft een wijngaard en daardoor snapt ze dat ik soms enorm veel tijd in Colonjes steek. Werkdagen van twintig uur zijn mij niet vreemd. Daarom vind ik het interessant om te zien hoe anderen het doen.

Ik was laatst een weekje bij een Duitse wijnboer die 35 hectare bezit, praktisch alleen werkt en toch elke avond om zes uur aan de keukentafel zit. Wat denk je? Mechanisatie.
Wijnbouw is een langetermijnsport en de toekomst wordt spannend. Wordt Nederland warmer? Moeten we daardoor naar andere druiven kijken?
Hoe gaan we om met de stikstof? Het wordt ongelooflijk interessant.’’

Bron: www.ad.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

nl_NLDutch